7.1 Algemene uitkering
Wat hebben we bereikt
Gemeenten krijgen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. Gemeenten bepalen zelf waar ze dit geld aan besteden. Hoeveel geld gemeenten uit het gemeentefonds krijgen, hangt af van hun kenmerken en belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. De Rijksoverheid kijkt bij de verdeling van het gemeentefonds onder meer naar: het aantal inwoners, het aantal jongeren, het aantal uitkeringsgerechtigden, de oppervlakte van de gemeente en de grootte van de watergebieden. Deze kenmerken heten maatstaven. Er zijn meer dan 60 maatstaven. Elke maatstaf heeft een bedrag voor elke 'eenheid’. De gemeente krijgt dus geld voor iedere inwoner, iedere jongere, enzovoorts.
In 2025 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een meicirculaire, een septembercirculaire en een decembercirculaire gepubliceerd. Met deze circulaires is de bijdrage aan gemeenten aangepast. Hiervan is de raad via raadsinformatiememo's op de hoogte gebracht.
De grootste financiële wijzigingen voor 2025 die ook gemeld zijn via de raadsinformatiememo's zijn de prijs-Bbp ontwikkeling die voortaan gebaseerd zijn op de CEP-raming van het CPB, de demping van de terugval gemeentefonds en extra middelen voor jeugdzorg.
