Jaarrekening

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar

Bedragen * € 1.000

Balanswaarde 01-01-2025

Boekwaarde 31-12-2025

Voorziening oninbaarheid

Balanswaarde 31-12-2025

Vorderingen op openbare lichamen

14.304

13.510

                         -  

13.510

- Debiteuren

2.961

2.093

                         -  

2.093

- Vordering BCF

11.343

11.417

                         -  

11.417

Schatkistbankieren

21.049

23.516

                         -  

23.516

Overige vorderingen:

5.572

8.573

-954

7.618

- Belasting debiteuren

2.590

5.216

-200

5.016

- Debiteuren Sociaal domein

967

1.485

-720

765

- Debiteuren overig

2.016

1.871

-34

1.838

Rekening courant SVN

2.188

986

0

986

Totaal

43.113

46.585

-954

45.631

Onder de vorderingen op openbare lichamen vallen alle openstaande vorderingen die de gemeente per balansdatum open heeft staan ten aanzien van ministeries, gemeenten, provincies en andere openbare lichamen. De voorziening oninbaar wordt bepaald aan de hand van een ouderdomsanalyse van de vordering en de te verwachte oninbaarheid. Onder de vordering financiën vallen alle overige openstaande vorderingen van de gemeente, niet zijnde belastingen.

Onder de vordering belastingen vallen alle openstaande vorderingen m.b.t. OZB, rioolheffing, afvalstoffenheffing, forensenbelasting en toeristenbelasting. Onder de vorderingen "Overig" vallen de depot bedragen. 

Onder de vordering belastingen vallen alle openstaande vorderingen m.b.t. OZB, rioolheffing, afvalstoffenheffing, forensenbelasting en toeristenbelasting. Onder de vorderingen "Overig" vallen de depot bedragen.

Schatkistbankieren
De regeling schatkistbankieren decentrale overheden (Skb) schrijft voor dat decentrale overheden hun overtollige (liquide) middelen, boven een bepaald drempelbedrag, moeten aanhouden in de schatkist van het Rijk. Gerekend over een heel kwartaal, mogen de gemiddelde overtollige middelen per dag niet hoger zijn dan deze drempel.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)

2025

(1)

Drempelbedrag

3241

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

                   8

              194

                   8

                  3

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

           3.233

          3.047

           3.233

          3.239

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

                  -  

                 -  

                  -  

                 -  

(1) Berekening drempelbedrag

Verslagjaar

(4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

       162.059

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

       162.059

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

                  -  

(1)    = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. 

Drempelbedrag

3241

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(5a)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

               744

        17.681

              743

             233

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

                   8

              194

                   8

                  3

Deze pagina is gebouwd op 06/15/2026 08:19:04 met de export van 06/15/2026 08:08:36