Programma Participatie en dienstverlening

Wat heeft het gekost

Wat heeft het gekost

Totale lasten en baten per doelstelling per resultaat

Programma Participatie en dienstverlening

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

Primaire Begroting 2025

Begroting 2025 na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Lasten

P6PD1.23

Participatie

338

233

132

101

P6PD2.23

Dienstverlening en organisatie

690

700

807

-107

P6PD3.23

Veiligheid

5.687

5.786

5.670

116

P6PD4.23

Bestuur

2.266

2.346

5.123

-2.776

P6PD5.23

Organisatiekosten

47.351

47.446

46.242

1.204

Totaal lasten

56.332

56.511

57.974

-1.463

N

Baten

P6PD2.23

Dienstverlening en organisatie

876

916

1.069

-152

P6PD3.23

Veiligheid

79

175

206

-32

P6PD4.23

Bestuur

86

99

-13

P6PD5.23

Organisatiekosten

1.768

1.379

1.743

-364

Totaal baten

2.723

2.556

3.117

-561

V

Saldo van lasten en baten

-53.609

-53.955

-54.857

-902

N

Toevoeging aan reserves

829

844

844

0

Onttrekkingen aan reserves

618

868

640

228

Saldo mutaties reserves

-211

24

-204

-228

N

Totaal resultaat

-53.820

-53.931

-55.061

-1.130

N

Toelichting verschillen

Verschillen per doelstelling groter dan € 25.000,- worden hier toegelicht

Lasten

P6PD1.23 Participatie (101V)

  • Op het budget burgerparticipatie is minder uitgegeven doordat het aantal aanvragen waarvoor inwonersinitiatieven kunnen worden ingezet, zoals adoptiegroen, dit jaar lager uitviel dan verwacht (26V).
  • De raad heeft binnen de begroting budget beschikbaar gesteld voor burger- en overheidsparticipatie. In 2025 is hiervan een deel ingezet voor enkele lokale initiatieven en activiteiten. Het budget is niet volledig benut, omdat het aantal ingediende en gehonoreerde initiatieven in 2025 beperkter is geweest dan vooraf geraamd. De inzet van deze middelen is afhankelijk van initiatieven vanuit de samenleving en kent daardoor een fluctuerend karakter (35V).
  • De raad heeft binnen de begroting budget beschikbaar gesteld voor dorpsraden en wijkpanels, waarmee op basis van een bijdrage per inwoner initiatieven ter bevordering van de leefbaarheid kunnen worden ondersteund. De middelen worden beschikbaar gesteld aan de verschillende dorpsraden en wijkverenigingen. De besteding van dit budget is afhankelijk van de ingediende plannen en activiteiten vanuit de dorpen en wijken en kan daardoor per jaar fluctueren. In 2025 is een groot deel van het beschikbare budget ingezet, in lijn met het uitgavenniveau van voorgaand jaar. Niet alle beschikbare middelen zijn echter benut (21V).
  • Overige verschillen (19V).

P6PD2.23 Dienstverlening en organisatie (107N)

  • Voor de begroting gaan we uit van de te verwachtte vernieuwingen van rijbewijzen en reisdocumenten op basis van wat wij uit ons systeem halen en wat wij doorkrijgen van de RDW. Daar zitten niet de nieuwe aanvragen bij. De verwachtte vernieuwingen en de nieuwe aanvragen zijn hoger uitgevallen dan onze prognose. Hierdoor hebben we een positief resultaat bij de baten. Het tegenovergestelde zien we bij de lasten. We moeten meer afdragen aan het Rijk (98N).
  • Overige verschillen (9N).

P6PD3.23 Veiligheid (116V)

  • De gemeente heeft een aantal brandweerkazernes in beheer, waarvoor jaarlijks budget beschikbaar wordt gesteld voor groot onderhoud, energie en regulier onderhoud. In 2025 zijn de lasten lager uitgevallen dan geraamd. Dit wordt onder meer verklaard door lagere energiekosten als gevolg van verduurzamingsmaatregelen, waaronder het verminderen van het gasverbruik en het toepassen van energiezuinige installaties en verlichting. Daarnaast zijn bepaalde installaties reeds eerder vernieuwd en is gebleken dat enkele onderhoudswerkzaamheden later kunnen worden uitgevoerd dan oorspronkelijk voorzien. Hierdoor is het beschikbare budget niet volledig ingezet (52V).
  • Het budget voor de toegang tot de strandslagen is deels gebaseerd op incidenten. Dit aantal is vooraf moeilijk te voorspellen. Doordat er dit jaar vrijwel geen incidenten zijn geweest, zijn de kosten lager uitgevallen en is er een onderschrijding ontstaan (22V).
  • project integrale veiligheid (17V).

      In 2025 stond evaluatie van het cameratoezicht op de planning. Bij de evaluatie

 zou ook gekeken worden naar uitbreiding van het cameratoezicht. Door regionale ontwikkelingen met betrekking tot het uitkijken en opslaan van de camerabeelden is er vertraging ontstaan in het project en is het beschikbare budget niet volledig ingezet. Dit wordt in 2026 verder opgepakt.

  • Overige verschillen (25V).

P6PD4.23 Bestuur (2.776N)

  • Het tekort bij Gemeenteraad en commissies komt doordat de raming niet goed was aangepast aan de circulaire. Hierdoor is een begrotingsnadeel ontstaan (80N).
  • Onder de raadsthema's valt ook het Seniorenbeleid. Het was vooraf moeilijk in te schatten hoeveel personele inzet hiervoor nodig was (37V).
  • De pensioenen van wethouders vallen momenteel onder de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (Appa). Vanaf 1 januari 2028 gaan deze pensioenen over naar het nieuwe pensioenstelsel, waarbij de opgebouwde pensioenafspraken worden overgedragen naar het pensioenfonds ABP. Dit betekent dat de pensioenen op dezelfde manier worden beheerd als die van de reguliere ambtenaren, en dat overheidsorganisaties premie gaan betalen aan ABP voor pensioenopbouw. Deze overgang zorgt voor een meer uniforme en transparante pensioenregeling binnen de overheid. Om deze overgang soepel te laten verlopen is de pensioenopbouw van de bestaande wethouders en voormalig wethouders in beeld gebracht. Vanuit deze berekeningen is naar voren gekomen dat de gevormde voorziening aangevuld moest worden om alle toekomstige verplichtingen te borgen.

Conform de BBV is het verplicht om de bestaande voorzieningen op niveau te brengen en hiervoor is het noodzakelijk geweest om een extra storting te laten plaatsvinden zodat de voorziening weer aansluit op de toekomstige verplichtingen (1.958 N). Dit komt mede doordat wij pensioenen jaarlijks vanuit de exploitatie hebben betaald. Door de nieuwe methodiek dienen wij deze pensioenen te kapitaliseren. Hierdoor hebben wij echter wel structurele vrijval in de exploitatie, dit zullen we verwerken in de komende kadernota.

  • Op 3 december 2025 is vanuit de BBV een stellige uitspraak uitgebracht om bij het vormen van de voorziening voor voormalig wethouders en huidige wethouders ook rekening te houden met de dekkingsgraad van het ABP. Deze dekkingsgraad staat op dit moment op 123,5%. Dit betekent dat op de gevormde voorziening nog een opslag komt van 23,5% om de dekkingsgraad van het ABP te borgen (796N).
  • Overige verschillen (21V).

P6PD5.23 Organisatiekosten (1.204V)

  • Bij de 2e rapportage 2025 is het budget voor opleidingen naar boven bijgesteld. De reden hiervan is dat  we meer aan ontwikkeling van de organisatie besteden dan de jaren daarvoor, zodat we kunnen werken aan een organisatie die flexibel, communicatief en netwerkend is. Daarnaast zijn er meer medewerkers ingestroomd  zonder gemeentelijke ervaring, medewerkers die voor het uitoefenen van hun functie vereiste opleidingen en certificaten moeten halen, en medewerkers die intern zijn doorgestroomd en voor hun nieuwe functie opleidingen gevolgd hebben. De bijstelling is iets te optimistisch geweest waardoor de werkelijke kosten nu iets lager uitvallen (29V). De lagere uitgaven worden verrekend met de reserve opleidingen waardoor het geen effect heeft op het rekeningresultaat.
  • In de 2e bestuursrapportage 2025 is, op basis van de toen beschikbare inzichten, een bijstelling van de ICT-budgetten opgenomen. Deze bijstelling bedroeg in totaal

€ 220K en had betrekking op de geplande overgang van BYOD naar CYOD

en de implementatie van Notubiz en uitfaseren Besluitstraat. De overgang naar CYOD en vervanging van de telefooncentrale was voorzien voor 2025, maar is door omstandigheden niet in dat jaar gerealiseerd. De hiervoor geraamde middelen zijn daardoor in 2025 niet tot besteding gekomen. Als gevolg hiervan resteert over het boekjaar 2025 een totaal positief resultaat (287V).

  • Voor het gemeentehuis zijn in 2025 de lasten voor energie en schoonmaak lager uitgevallen dan geraamd. Daarnaast zijn enkele geplande vervangingen en onderhoudswerkzaamheden doorgeschoven naar 2026 (136V).
  • Voor het onderzoek naar toekomstbestendige huisvesting was in 2025 budget beschikbaar gesteld. In de tweede bestuursrapportage is voorgesteld een deel van dit budget over te hevelen naar 2026. Het resterende budget is deels ingezet voor de kantoorinrichting van de 3e verdieping .Conform de nota afschrijvingen zijn deze uitgaven geactiveerd in plaats van ten laste van de exploitatie gebracht. Door het activeren van deze investering is in 2025 binnen de reguliere exploitatie sprake van een incidenteel voordeel (83V).
  • De geraamde middelen voor het aangekondigde boekenonderzoek van de Belastingdienst zijn niet benut. Hoewel de Belastingdienst had aangegeven het onderzoek dit jaar te kunnen uitvoeren, is er tot op heden geen vervolg ontvangen. Het traject wordt begeleid door EFK en loopt nog, waardoor in dit jaar geen kosten zijn gerealiseerd (28V).
  • Voor de uitvoering van de Woo zijn meerdere trainingen georganiseerd.

De medewerkers die Woo-verzoeken afhandelen hebben de training kunnen volgen. Deze is positief ontvangen. De eerste categorieën die actief openbaar gemaakt moeten worden zijn een feit en er is een tool aangeschaft waarmee de documenten geanonimiseerd worden. De verdere uitrol van de Woo heeft nog geen verder vervolg gehad (61V).

  • Bij gemeente Schagen staan gezondheid en vitaliteit centraal. Wij geloven dat mentaal en fysiek gezonde en vitale medewerkers enthousiast en gemotiveerd zijn. Maar ook productiever, meer betrokken en veerkrachtiger in het omgaan met uitdagingen en veranderingen. De focus op preventie (gezondheidscheck en werkplekonderzoek die in 2024 hebben plaatsgevonden) in combinatie met een lager langdurig ziekteverzuim zorgt voor lagere uitgaven op het bedrijfsgezondheidsbudget (48V).
  • Vanuit de begroting worden de salariskosten gemonitord op basis van de werkelijke bezetting met een forecast tot het einde van het jaar. Gedurende het jaar wordt via voorstellen het salarisbudget ingezet voor noodzakelijke inhuur. Hierbij houden we dan ook rekening met baten die deels ter dekking dienen voor de inhuur van personeel. Een deel van onze inhuur en een deel van onze eigen medewerkers brengen wij ten laste van enkele grote projecten. Hierbij kunt u denken aan duurzaamheid en bijvoorbeeld Schagen Oost of inburgering. Het toerekenen van de salariskosten en inhuurkosten naar projecten zorgt voor een verlichting op het personeelsbudget. Deze ontwikkelingen in combinatie met het niet altijd kunnen vervullen van de bestaande vacatures zorgen voor lagere kosten binnen het personeelsbudget (523V).
  • Overige verschillen (9V).

Baten

P6PD2.23 Dienstverlening en organisatie (152V)

  • De legesinkomsten voor identiteitsdocumenten zijn dit jaar aanzienlijk hoger uitgevallen dan begroot. In 2024 zijn uiteindelijk meer nieuwe reisdocumenten aangevraagd dan er was verwacht. Deze ontwikkeling heeft zowel gevolgen voor de afdrachten (zie lasten) maar ook voor extra opbrengsten (135V).
  • Overige verschillen (17V).

P6PD3.23 Veiligheid (32V)

  • Voor een aantal grote individuele projecten zijn bijvoorbeeld hogere precario leges voor het gebruik van gemeentegrond opgelegd waardoor we meer opbrengsten hebben dan begroot (43V).
  • Overige verschillen (11N).

P6PD4.23 Bestuur (13V)

  • Geen toelichting noodzakelijk.

P6PD5.23 Organisatie (364V)

  • Vanuit het opleidingsbudget worden ook incompany trainingen georganiseerd, waarbij ook andere gemeente kunnen aansluiten bij het volgen van een training/opleiding. Hiervoor wordt een bedrag in rekening gesteld richting de deelnemende gemeente (30V). De opleidingskosten en inkomsten worden vereffend met de reserve opleidingen zodat dit geen effect heeft op het rekeningresultaat.
  •  Naast het reguliere salarisbudget (op basis van de formatie) hebben we als gemeente te maken met de inzet van personeel voor de regio, of andere projecten waarop de salariskosten verhaald kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn: Sociaal rechercheurs, Nieuwe Wet inburgering en werkzaamheden in het kader van de opvang en huisvesting van Oekraïners of overige werkzaamheden voor de regio. Deze compensatie voor de gemaakte salariskosten vallen hoger uit dan waarmee in de begroting rekening is gehouden (330V).
  • Overige verschillen (4V).

Reserves

Onttrekkingen:

  • In 2025 heeft een lagere onttrekking plaatsgevonden uit de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen. Dit betreft lagere kosten onderhoud van onder andere woningen en garages, culturele gebouwen en gemeentelijke gebouwen. De lagere onttrekking aan de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen heeft per saldo geen effect op het rekeningresultaat (113N).
  • Er zijn lagere kapitaallasten investeringen reddingsbrigades dan waar rekening mee is gehouden. Hierdoor onttrekken we ook minder aan de reserve reddingsbrigades. Hierdoor ontstaat een nadeel (67N.
  • Het afgelopen jaar hebben we meer aan ontwikkeling van de organisatie besteed dan de jaren daarvoor, zodat we kunnen werken aan een organisatie die flexibel, communicatief en netwerkend is. Daarnaast zijn er meer medewerkers ingestroomd  zonder gemeentelijke ervaring, medewerkers die voor het uitoefenen van hun functie vereiste opleidingen en certificaten moeten halen, en medewerkers die intern zijn doorgestroomd en voor hun nieuwe functie opleidingen gevolgd hebben. De hogere kosten op het bestaande budget opleidingen zullen wij na aftrek van de inkomsten onttrekken uit de gevormde reserve Opleidingen, waardoor het geen effect heeft op het rekeningresultaat (48N).
Deze pagina is gebouwd op 06/15/2026 08:19:04 met de export van 06/15/2026 08:08:36