Programma Duurzaamheid

Wat heeft het gekost

Wat heeft het gekost

Totale lasten en baten per doelstelling per resultaat

Programma Duurzaamheid

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

Primaire Begroting 2025

Begroting 2025 na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Lasten

P4DU2.23

Grondstoffen

6.509

6.800

6.911

-110

P4DU3.23

Duurzaamheid

1.548

3.018

2.508

510

P4DU4.23

Milieuzaken

1.571

1.095

1.056

39

Totaal lasten

9.629

10.914

10.475

439

V

Baten

P4DU2.23

Grondstoffen

8.285

9.060

9.280

-220

P4DU3.23

Duurzaamheid

1.295

2.645

2.377

268

P4DU4.23

Milieuzaken

8

8

8

Totaal baten

9.587

11.713

11.657

56

N

Saldo van lasten en baten

-42

799

1.182

383

V

Toevoeging aan reserves

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

0

Saldo mutaties reserves

0

0

0

N

Totaal resultaat

-42

799

1.182

383

V

Toelichting verschillen

Verschillen per doelstelling groter dan € 25.000,- worden hier toegelicht

Lasten

P4DU2.23 Grondstoffen (110N)

  • De kosten voor huishoudelijk afval vallen hoger uit omdat de hoeveelheid restafval sterker is gestegen dan HVC eerder had voorzien. In de oorspronkelijke prognose werd gerekend met een lager volume, maar de nieuwste raming laat hogere hoeveelheden zien. Daardoor nemen ook de verwerkingskosten toe en ontstaat een overschrijding ten opzichte van de eerdere inschatting (69N).

Daarnaast zijn budgetten en uitgaven van afval gedurende het jaar gesplitst en aangepast, zodat de kosten voor huishoudelijk afval en overige afvalstromen op de juiste wijze werden toegerekend. Door vele correcties en verschuivingen is pas later zichtbaar geworden dat er een overschrijding ontstond (42N).

  • Overige verschillen (1V).

P4DU3.23 Duurzaamheid (510V)

  • Lagere lasten gemeentelijk budget duurzaamheid (160V).

Doordat de kosten uit verschillende subsidieregelingen, zoals de Lokale aanpak Isolatie (NIP gelden), EBA-Stimulerend Energietoezicht Bedrijven, REP-Energiebesparingsprogramma woningen, de CDOKE regeling en de aanpak energiearmoede worden gedekt, is minder een beroep gedaan op het jaarlijkse gemeentelijke budget duurzaamheid.

  • In 2025 is het beschikbare budget voor de uitvoering van de EED-maatregelen niet volledig tot besteding gekomen. Het EED budget wordt ingezet conform het door de raad vastgestelde kader, voor maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 15 jaar. De uitvoering van deze maatregelen wordt in 2026 voortgezet. Vanaf 2026 worden de betreffende duurzaamheidsmaatregelen structureel opgenomen in het (D)MJOP (Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan) onder de noemer DMJOP Duurzaamheidsmaatregelen, waarbij wordt aangesloten bij de erkende maatregelen op het gebied van duurzaamheid. Het niet volledig gebruikte betekent voor 2025 een voordeel in de reguliere exploitatie. Daar staat overigens wel een onttrekking tegenover vanuit de reserves (60V).
  • Lagere lasten uitgaven subsidieregelingen (284V)

In de begroting is rekening gehouden met uitvoeringskosten waar wij ook subsidie voor ontvangen. Dit betreft vooral de Lokale aanpak Isolatie (NIP gelden), EBA-Stimulerend Energietoezicht Bedrijven, REP-Energiebesparingsprogramma woningen, de CDOKE regeling en de aanpak energiearmoede. De kosten zijn te hoog ingeschat voor 2025, de verdeling gaat over meerdere jaren. De uitvoeringskosten in de begroting zijn gelijk getrokken met de opbrengsten die wij ontvangen vanuit het Rijk. De werkelijke uitvoeringskosten voor deze regelingen hebben een doorlooptijd van een aantal jaar. De ontvangen vergoeding van het Rijk kan dan maar gedeeltelijk ingezet worden in 2025. Deze (lagere) kosten hebben per saldo geen effect op het jaarrekeningresultaat zie de toelichting bij de baten. Het overgebleven bedrag mag via de balans worden meegenomen naar 2025.

  • Overige verschillen (6V).

P4DU4.23 Milieuzaken (39V)

  • De gemeente beschikt niet over de benodigde expertise om milieugerelateerde controles zelf uit te voeren en huurt hiervoor specialistische kennis in. In 2025 is hiervan minder gebruikgemaakt dan geraamd, waardoor de lasten lager uitvallen. Daarnaast is na verwerking van de gegevens uit de laatste rapportage een klein deel van de lumpsum over 2024 terugontvangen, wat het voordeel verder vergroot (39V).

Baten

4DU2.23 Grondstoffen (220V)

  • De baten voor afval vallen hoger uit dan geraamd door een combinatie van factoren. Voor teruggaven over eerdere jaren zijn bewust voorzichtige ramingen aangehouden. Daarnaast is in de begroting onbedoeld de lagere DVO vergoeding voor huishoudelijk afval van 2024 opgenomen in plaats van de hogere vergoeding voor 2025. In het laatste kwartaal is bovendien een aanvullende teruggave ontvangen uit de eindafrekening van de DVO over 2024. Tot slot zijn de opbrengsten uit de inzameling en de recyclingvergoeding hoger uitgevallen dan verwacht (220V).

P4DU3.23 Duurzaamheid (268N)

  • Lagere baten subsidieregelingen (283N)

In de begroting is rekening gehouden met uitvoeringskosten waar wij ook subsidie voor ontvangen. Dit betreft vooral de Lokale aanpak Isolatie (NIP gelden), EBA-Stimulerend Energietoezicht Bedrijven, REP-Energiebesparingsprogramma woningen, de CDOKE regeling en de aanpak energiearmoede. De kosten zijn te hoog ingeschat voor 2025, de verdeling gaat over meerdere jaren. De uitvoeringskosten in de begroting zijn gelijk getrokken met de opbrengsten die wij ontvangen vanuit het Rijk. De werkelijke uitvoeringskosten voor deze regelingen hebben een doorlooptijd van een aantal jaar. De ontvangen vergoeding van het Rijk kan dan maar gedeeltelijk ingezet worden in 2025. Deze (lagere) kosten hebben per saldo geen effect op het jaarrekeningresultaat zie de toelichting bij de baten. Het overgebleven bedrag mag via de balans worden meegenomen naar 2025.
Verder is nog een subsidie vanuit het verleden waar geen kosten meer voor komen in de exploitatie geboekt in 2025 (15V).

P4DU.23 Milieuzaken (8N)

  • Geen toelichting noodzakelijk.

Reserves

Deze pagina is gebouwd op 06/15/2026 08:19:04 met de export van 06/15/2026 08:08:36